Wormen

 

De meest voorkomende wormen behoren tot de spoelwormen. Deze groep kan onderverdeeld worden in: de oogworm, " normale " spoelworm, haarworm en de gaapworm. Naast de spoelwormen kunnen lintwormen een probleem vormen.

 

OOGWORMEN:

De oogworm komt voor bij beo's. De infectie (de wormeitjes) worden verspreidt door krekels. Als een beo een besmette krekel eet, dan komen de wormeitjes vrij in de maag van de vogel. De eitjes ontwikkelen zich tot wormen die vanuit het maagdarmkanaal naar het oog verhuizen.

De infectie komt vrijwel alleen voor bij ge´mporteerde vogels. Het is niet bekend of de infectie zich in Nederland kan verspreiden. De worm bevindt zich achter het knipvlies of tussen het ooglid en het hoornvlies en is daar meestal zichtbaar op het moment dat de vogel met zijn ogen knippert. Meestal heeft de vogel geen last van een oogworm, maar een enkele keer kan de worm een oogontsteking veroorzaken. Het is verstandig om de vogel te behandelen voordat deze problemen optreden.

De behandeling kan bestaan uit een injectie Ivomec.

 

SPOELWORMEN:

Spoelwormen komen voor bij beo's, toekans, spreeuwen en lijsters. De meeste spoelwormen leven in de dunne darm. Alleen bij een heftige infectie worden de vogels ziek en krijgen ze diarree. Een enkele keer is het aantal wormen  in de darm zo groot, dat de darm verstopt raakt, en de vogel sterft.

Diarree kan veroorzaakt worden door zeer veel ziekten. Het is met het blote oog niet te zien of het gaat om een spoelworminfectie of een andere ziekte.

Het is wel zeer eenvoudig om spoelwormeieren aan te tonen met behulp van microscopisch onderzoek van de ontlasting.

Daarom is het verstandig om, bij aankoop van nieuwe vogels, eerst de ontlasting na te kijken door een dierenarts, voordat de nieuwe vogels in contact komen met de rest van het bestand.

Spoelwormen kunnen bestreden worden met diverse middelen.

Een er van is Panacur (actief bestandmiddel: fenbendazol) Dit is een erg veilig middel dat de wormen geleidelijk doodt. De dosering is 20 mg/kg lichaamsgewicht, via de bek, herhalen na 10 dagen. Nadeel van Panacur is dat de vergroeiing van de veren ("kromme veren") veroorzaakt als het toegediend wordt tijdens de rui.

Ivomec (actief bestandmiddel: ivermectine) en Ripelcol (actief bestandmiddel: levamisol) zijn ook te gebruiken. Het nadeel van deze middelen zijn, dat deze alle wormen ineens doodt. Deze dode wormen kunnen op hun beurt een verstopping van het darmkanaal veroorzaken, met fatale gevolgen voor de vogel. Ivomec en Ripercol kunnen wel tijdens de rui gegeven worden.

Ripercol is vrij giftig en het moet daarom zeer nauwkeurig toegediend worden (180 - 540 mg/l drinkwater gedurende 1 - 3 dagen) en liever niet per injectie omdat vergiftigingsverschijnselen dan eerder optreden.

De vergiftigingsverschijnselen bestaan uit braken, trillen, van de stok vallen, toevallen en krampen. Als deze verschijnselen optreden, dan moet het drinkwater onmiddellijk vervangen worden door schoon drinkwater.

Bij vogels met een lichaamsgewicht boven de 30 gram moet Ivomec toegediend worden via een injectie. Kleine vogels kunnen behandeld worden met een druppel Ivomec (verşkrijgbaar onder de naam Antiluchtpijpmijt van Bogena) op de kale huid. De huid aan de zijkant van de hals wordt hiervoor meestal gebruikt.

 

MAAGWORMEN:

Maagwormen komen vooral voor bij lijsters en spreeuwen. De dieren ondervinden meestal weinig last van de infectie. Bij heftige infectie kunnen de dieren gaan braken en soms kan een verstopping van het darmkanaal optreden, zoals dat bij de spoelwormen beschreven is. De diagnose wordt gesteld met behulp van microscopisch onderzoek van de ontlasting.

Behandeling bestaat uit toediening van medicijnen met het actieve bestanddeel oxfendazol.

 

HAARWORMEN:

Haarwormen komen voor bij vele vogels. bij ernstige infectie kan bloederige diarree, braken en bloedarmoede gezien worden. Meestal is de infectie vrij onschuldig. De infectie kan worden overgebracht door regenwormen, maar de vogels kunnen ook elkaar besmetten.

De infectie is vast te stellen met behulp van microscopisch onderzoek van de ontlasting.

De infectie kan bestreden worden met Panacur (zie spoelwormen) of Mebenvet (bevat: mebendazol). Net als Ripercol is Mebenvet vrij giftig. Het kan de lever beschadigen en verstopping van de darm door dode wormen veroorzaken. Het middel kan toegediend worden via de bek (5 - 15 mg/kg lichaamsgewicht) 1 maal per dag gedurende  2 dagen. Bij kooien met een natuurlijke zandbodem, kan de kans op herinfectie verminderd worden door een betonnen bodem aan te leggen.

 

GAAPWORMEN:

De gaapworm komt veel voor bij fazanten en kraaiachtigen zoals de beo. Via regenwormen, slakken en duizendpoten kunnen andere vogels besmet raken. Als vogels besmette wormen, slakken etc. eten, dan komen de wormeitjes vrij in de maag. Uit deze eitjes ontwikkelen zich de wormen, die via de darm en de long naar de luchtpijp trekken. Daar veroorzaken de wormen een ontsteking met veel slijmvorming. Hierdoor wordt de vogel heftig benauwd, gaat schudden met de kop, raakt zijn stem kwijt en reutelt. Een besmette vogel kan door verstikking om het leven komen.

Een enkele keer is de worm te zien in het begin van de luchtpijp, als de vogel met wijd geopende bek probeert adem te halen. In vrijwel alle gevallen zijn, met behulp van microscopisch onderzoek, de eitjes van de gaapworm aan te tonen in de ontlasting.

De meest eenvoudige en afdoende behandeling bestaat uit een injectie Ivomec.

 

LINTWORMEN:

Lintworminfecties komen meestal voor bij importvogels.

Lintwormen worden verspreid door insecten. Daarom zijn insectenetende vogels vaker ge´nfecteerd dan andere vogels. In het algemeen geeft deze infectie weinig problemen. Bij heftige infecties kunnen de vogels vermageren en diaree krijgen. In enkele gevallen kunnen de lintwormen een verstopping in de darm veroorzaken, met fatale gevolgen voor de vogel.

Het is lastig om een infectie bij een levende vogel aan te tonen. Soms zijn de delen van de lintworm als kleine witte korrels aanwezig op de ontlasting. maar dit komt zelden voor. Ook microscopisch onderzoek van de ontlasting kan niet altijd uitsluitsel geven. Lintwormen scheiden hun eieren namelijk in zeer korte perioden uit. Buiten deze perioden zijn er in de ontlasting geen eieren aan te tonen.

De besmette vogel kan behandeld worden met middelen die niclosamide bevatten (500 mg/kg lichaamsgewicht, via de bek, 1 maal per week, 4 maal) of met Drontal (bevat: praziquantel. Dosering: 10-20 mg/kg via de bek, 2 maal met 10-14 dagen tussentijd) of oxfendazol.

Niclosamide zet onder andere de darm aan tot uitscheiden van de parasiet. Vaak zijn, na een behandeling van de besmette vogel met niclosamide, de lintwormen terug te vinden in de ontlasting. Hiermee kan een diagnose bevestigd worden. Bij de andere middelen blijft de gestorven lintworm nog een tijdje in de darm achter en wordt daar verteerd.

In voliŔres met natuurbodems (vooral als daar compost in verwerkt is), kunnen lintworminfecties een probleem vormen. Bij het voorkˇmen van herinfecties is het, naast een rigoureuze insectenbestrijding te overwegen om een natuurbodem te vervangen door beton.

 

Terug naar Artikelen